een artistieke invulling door strijdkoren


James Joyce - A Portrait of the artist as a young man - 1916: 

"Ik zal je vertellen wat ik zal doen en wat ik niet zal doen.
Ik zal niet dienen waarin ik niet meer geloof,
of het zich nu mijn huis,
mijn vaderland, of mijn kerk noemt"

een korenproject bij de herdenking van de Groote Oorlog in 2014

 

De anonieme dichter uit de Eerste Wereldoorlog beschrijft zijn lijdensweg. Hoe hij telkens opgelapt wordt, weer gewond geraakt en opnieuw naar het front gestuurd wordt. Uiteindelijk neemt hij de moed in beide handen en deserteert. Of luister naar de anonieme dichter uit een boekje van 1800 :

  • Als ik ben gedezerteerd, Tot Mechelen ben ik gekoomen,
  • De Fransche hebbe my geattrapeerd,
  • My dagt daar zou 'er wat van koomen.
De dichter beklaagt zijn lot, omdat hij in eerste aanleg 8 jaar hechtenis krijgt. Na een “bevriende tussenkomst van hogerhand” wordt dat in beroep gereduceerd. Misschien wel het bekendste gedicht ter ere van de deserteur geschreven en gezongen is van Boris Vian :
  • Monsieur le Président, je ne veux pas la faire,
  • je ne suis pas sur terre pour tuer de pauvres gens.
` 'Nu vallen miljoenen proletariërs van alle landen op het veld van de smaad, van de broedermoord, van de zelfvernietiging, het slavengezang op de lippen.' Aan het woord is Rosa Luxemburg in 1915 (de Junius-brochure). 'De wereldoorlog dient noch de nationale verdediging, noch de economische politieke belangen van welke volksmassa dan ook ; hij is slechts een product van kapitalistische mededinging tussen de kapitalistische klassen van verschillende landen, om de wereldheerschappij, om het monopolie in de uitbuiting en onderdrukking van de nog niet door het kapitaal beheerste gebieden.' Deze analyse heeft helaas aan kracht nog niets ingeboet. Denken we maar aan Afghanistan, Irak, Libië, Palestina ...

Nadenken over desertie is dus ook nadenken over de redenen waarom oorlog gevoerd wordt. Deserteurs zeggen om welke reden dan ook neen aan deze moordpartij : "dit is niet mijn oorlog". Hun stem mag in het rumoer van 100 jaar na Wereldoorlog Een niet verloren gaan. We willen er aandachtig naar luisteren, er een megafoon voor zijn en eerherstel vragen voor alle deserteurs en oorlogsweigeraars die zich van de oorlogslogica hebben afgekeerd. Desertie is altijd een vorm van verzet geweest, verzet tegen de oorlogslogica, verzet tegen de militaire kadaverdiscipline. De deserteur schendt niet enkel het blazoen van het vaderlands leger maar ook van het vaderland zelf. De Staat pretendeert immers om zijn burgers als soldaten te mogen opvorderen en hun leven op het spel te zetten.
Daarom dit project. En daarom is het ook een thema voor strijd- en solidariteitskoren. Omdat we ervan dromen dat “ze eens een oorlog zullen plannen en niemand komt opdagen”. Deserteurs gaven en geven het goede voorbeeld. Voor oorlogstoeristen en alle vredeminnende burgers mag dit thema bij een herdenking van de Groote Oorlog niet ontbreken. Hij was enkel “groot” in zijn waanzin en vernietiging. En de schreeuw van de deserteurs helpt ons om dit niet te vergeten.